Groep wetenschappers: mens niet schuldig aan klimaatverandering

Vijftien wetenschappers in een brief aan de Volkskrant:

Veel mensen denken dat klimaatverandering wordt veroorzaakt door menselijk toedoen, zoals de uitstoot van CO2. De opwarming heeft vooral natuurlijke oorzaken.

Hoe vaak wordt niet beweerd dat klimaatverandering wordt veroorzaakt door de mens? Dat was bijvoorbeeld de boodschap van de film An Inconvenient Truth van Al Gore. Maar de wetenschappelijke onderbouwing van deze film was zodanig dat An Inconvenient Fantasy een passender titel zou zijn geweest.

Deze bewering stond ook centraal in het debat tussen de geoloog Salle Kroonenberg en de milieukundige Frans Berkhout in Kennis van 23 december 2006. Ondergetekenden zijn echter van oordeel dat er geen onomstotelijk wetenschappelijk bewijs is voor een substantiële menselijke invloed op het klimaat. Integendeel, de waarnemingen zijn in strijd met de menselijke broeikashypothese.

Als ‘bewijs’ voor de waarheid van die hypothese wordt meestal aangevoerd dat er een wetenschappelijke consensus over bestaat. Maar er is nooit aan alle wetenschappers – klimatologen en beoefenaren van andere relevante wetenschappelijke disciplines – gevraagd hoe ze erover denken. Een kleinschaliger enquête onder 530 klimatologen uit 27 landen, die in 2003 werd uitgevoerd door prof. Dennis Bray van het Forschungszentrum Geesthacht, leverde een verdeeld beeld op: slechts 34,7% de ondervraagden was overtuigd van het bestaan van een menselijk broeikaseffect, terwijl 20,5% deze hypothese verwierp. De rest was min of meer onbeslist. Bepaald geen consensus.

Maar zelfs indien een ruime meerderheid van wetenschappers overtuigd zou zijn van het bestaan van een substantiële menselijke invloed op het klimaat, dan nog kan aan deze opvatting slechts beperkte betekenis worden toegekend. In de politieke besluitvorming in democratieën geeft de meerderheid inderdaad de doorslag. Maar zo werkt de wetenschap niet. Elke vooruitgang in de wetenschap is geïnitieerd door een kleine minderheid, die ontdekte dat de waarnemingen in strijd waren met de algemeen aanvaarde hypothese of theorie. Soms was daar maar één wetenschapper voor nodig. Denk maar aan Galileo en Einstein.

Een ander ‘bewijs’ is dat de gletsjers zich terugtrekken (overigens al sinds 1850) en dat het ijs op de Noordpool smelt. Maar beide zijn een gevolg van een warmer klimaat ter plaatse en zeggen niets over de oorzaak daarvan. Elke opwarming – of deze nu door de mens of door de natuur wordt veroorzaakt – zal het ijs doen smelten.

Vele klimatologen wijzen erop dat het klimaat thans warmer wordt en dat het niveau van kooldioxide (CO2) in de atmosfeer toeneemt. Dat is juist. Maar het samengaan van deze verschijnselen is geen voldoende bewijs voor een oorzakelijk verband. Bovendien is de gemiddelde wereldtemperatuur gedurende de periode 1940 en 1975 gedaald, terwijl in dezelfde periode de CO2-concentratie snel toenam.

En wat te denken van de bewering dat de klimaatmodellen opwarming voorspellen? Er zijn ruim twintig grote modellen, die allemaal verschillende uitkomsten opleveren, afhankelijk van wat men in de computer stopt. In de literatuur kan men verschillende schattingen aantreffen van de mogelijke temperatuurverhogingen als gevolg van een verdubbeling van de CO2-concentratie in de atmosfeer. Zij variëren van 1,4 graden – 11,5 graden.

Bovendien kunnen de modellen niet verklaren waarom de temperaturen in de periode tussen 1940 en 1975 daalden. De uitkomsten van modellen kunnen nooit als bewijs dienen; alleen waarnemingen zijn in dit verband relevant.

Wat we wèl weten is dat geen enkel klimaatmodel het waargenomen patroon van de huidige opwarming kan verklaren – de temperatuurtrends gemeten op verschillende breedtegraden en verschillende hoogten, zoals vastgesteld met behulp van radiosondes, opgehangen aan weerballonnen. Deze resultaten – voor het eerst wereldkundig werden gemaakt op een klimaatconferentie in Stockholm in september vorig jaar – leiden tot de conclusie dat het menselijke aandeel in de opwarming niet significant kán zijn, en dat het grootste deel van de opwarming aan natuurlijke oorzaken dient te worden toegeschreven, waarschijnlijk aan kleine variaties in de zonneactiviteit. De huidige opwarming houdt wellicht verband met een natuurlijke cyclus van 1500 jaar, die is gemeten in ijsboorkernen, oceaansedimenten, stalagmieten enz. – metingen die een periode van bijna een miljoen jaar bestrijken.

Fred Singer, atmosferisch natuurkundige, em. hoogleraar university of Virginia, voormalig directeur van de US Weather Satellite Service.
Peter Bloemers, hoogleraar biochemie, universiteit Nijmegen.
Adriaan Broere, ingenieur en geofysicus, werkte in satelliettechnologie, nu klimaatonderzoeker.
Bas van Geel, hoofddocent paleo-ecologie, universiteit van Amsterdam.
Albert Jacobs, geoloog, werkte in de olieindustrie in Canada.
Hub Jongen, elektrotechnisch ingenieur, zie www.vrijspreker.nl.
Rob Kouffeld, em. Hoogleraar energievoorziening, TU Delft.
Hans Labohm, econoom en ‘expert reviewer’ van het IPCC en met Dick Thoenes en Simon Rozendaal auteur van ‘Man-Made Global Warming: Unravelling a Dogma.’
Rob Meloen, hoogleraar. moleculaire herkenning, universiteit Utrecht
Jan Mulderink, chemisch technoloog, oud-directeur AKZO research Arnhem, oud-voorzitter Stichting Duurzame Chemische Technologie in Wageningen.
Harry Priem, em. hoogleraar planetaire- en isotopen-geologie, oud-directeur ZWO/NWO Instituut voor Isotopen-Geophysisch Onderzoek, oud-voorzitter Koninklijk Nederlands Geologisch en Mijnbouwkundig Genootschap.
Henk Schalke, voorzitter management team IUGS-UNESCO
Olaf Schuiling, em. hoogleraar geochemie, universiteit Utrecht.
Dick Thoenes, em. hoogleraar chemische proceskunde TU Eindhoven, oud-voorzitter Koninklijke Nederlandse Chemische Vereniging.
Jan Pieter van Wolfswinkel, oud-docent werktuigbouwkunde, TU Delft

[Volkskrant]

14 antwoorden op “Groep wetenschappers: mens niet schuldig aan klimaatverandering”

  1. Fred Singer heeft voor diverse organisaties gewerkt die door ExxonMobile gefinancierd werden. Kijk hier maar (open het PDF-rapport en zoek op de naam “Singer”): http://www.ucsusa.org/news/press_release/ExxonMobil-GlobalWarming-tobacco.html
    Peter Bloemers is nergens te vinden op de website van de universiteit Nijmegen. Zoekend in het tijdschriftenbestand van de universitaire bibliotheken (Picarta) vind ik dat hij in 2001 een afscheidsrede heeft gehouden. Hij heeft dus niet het recht om zich hoogleraar te noemen, aangezien hij niet meer in een positie is waarin zijn vakgroep hem kan terugroepen. Hij schijnt wat stukken geschreven te hebben over (tegen) evolutie, maar in Picarta zijn geen publicaties op het gebied van klimaat te vinden.
    Adrian Broere beweert klimaatonderzoeker te zijn. Hij heeft niet eens een Master, en ook geen enkele wetenschappelijke publicatie.
    Ja, volgens deze manier kan ik ook wetenschapper zijn. Want deze ‘wetenschappers’ doen geen origineel onderzoek. Ze lezen wat, en laten hun mening prominent horen in de gewone pers, maar niet in de wetenschappelijke bladen.
    Ik kan rusten zeggen dat ik, zonder een wetenschappelijke aanstelling te hebben, mij waarschijnlijk kan meten met veel ondertekenaar van deze brief. Dat zeg ik ook gezien de inhoud van de brief. Het ‘onderzoek’ van Dennis Bray waarnaar gerefereerd wordt in de brief is niet van een hoger onderzoek dan online enquetes die ik zelf heb ontwikkeld. En ja, het onderzoek van Bray was een online enquete! Zie http://timlambert.org/2005/05/bray/ voor de problemen met dit soort onderzoek.
    En dan het tussenzinnetje in de brief dat refereert naar de conferentie op Stockholm. Dat tussenzinnetje geeft autoriteit te geven aan de zin die erna komt. Maar werkelijk, onderzoek presenteren op een conferentie stelt niets voor. Ik had tijdens m’n bachelor al een posterpresentatie op een conferentie, en dat terwijl de uitkomsten van mijn onderzoek niet eens significant waren. Eigenlijk betekent dit zinnetje dat we te maken hebben met onderzoek dat niet gepubliceerd is in een wetenschappelijk tijdschrift, en gezien de ‘drang’ om het dan maar in de mainstream pers te verkondigen, waarschijnlijk ook niet van publiceerbare kwaliteit.

  2. Singer is gesponsord uit oliegeld, Ja en? William Connolley staat op de kieslijst voor de groene partij.
    Ik heb Fred Singer in Stockholm ontmoet, het is een natuurkundige die weet waar hij over praat. Het gedrag van Bert Bolin (ex IPCC voorzitter) op dit seminar was een aanfluiting: hij stormde binnen zonder zijn (overigens luttele) congresbijdrage te betalen en verliet de bijeenkomst weer zonder naar het debat te luisteren.
    http://gamma.physchem.kth.se/~climate/
    Ik heb een jaar lopen leuren om een eenvoudig technisch commentaar op een klimaatpublicatie gepubliceerd te krijgen, helaas de bastions zijn hoog opgetrokken voor kritiek.
    Ik onderschrijf de conclusies uit bovenstaande brief.

  3. Leuk dat je vindt dat Fred Singer weet waar hij over praat, maar hoe kun je dat beoordelen als je geen wetenschappelijke publicaties van hem hebt gelezen over klimaat (simpelweg omdat die er, volgens Picarta iig, niet zijn – er is alleen een ‘letter to the editor’, maar dat is natuurlijk geen presentatie van onderzoek).
    Iedereen kan wel overtuigend zijn in een presentatie of een lekenbrief. Het gaat juist om het natrekken en controleren van de details, door de lezer en, belangrijker nog, door andere onderzoekers uit hetzelfde vakgebied (peer-review).
    Presentaties op conferenties zijn een goede manier voor wetenschappers om ideeen en contacten op te doen. Maar om resultaten van zulk niet-gepubliceerd onderzoek in de mainstream pers te brengen en/of er politieke conclusies uit te trekken? Niet doen! Gewoon wachten tot de resultaten gepubliceerd zijn. En als dat er niet van komt, is er iets mis met het onderzoek.
    Bij gebrek aan verwijzingen naar duidelijk controleerbaar wetenschappelijk onderzoek, moeten we deze brief maar geloven op basis van de autoriteit van de ondertekenaars. Dus ja, in zo’n geval is het volledig terecht om je af te vragen waar iemand’s geld vandaan komt en of hij zich bewezen heeft in zijn vakgebied.

  4. Liebeth, de klimaat peer review is zo lek als een mandje, redacteuren plaatsen strijdige publicaties niet, auteurs geven geen brondata vrij of laten hun code niet zien, en zelfs de resultaten mag je soms niet quoten zonder toestemming van de auteur. Ik neem aan dat je weet dat de stormachtige ontwikkelingen van de theoretische natuurkunde vóór de tweede wereldoorlog zijn bereikt zonder peer review?
    En het IPCC komt ondertussen doodleuk met het statement dat de 20e eeuw de warmste in 1300 jaar is, terwijl de onderliggende proxydata zo brak zijn dat je maar zekerheid voor 400 jaar hebt, en dan zit je wel midden in de kleine ijstijd.
    Al Gore wil niet met Björn Lomborg in debat, Michael Mann will niet met Stephen McIntyre in debat.
    En ondertussen zijn er nog andere wetenschappers die volledig ondergesneeuwd raken in het spervuur tussen de alarmisten en de ontkenners.
    http://climatesci.colorado.edu/2007/01/31/a-personal-call-for-modesty-integrity-and-balance-by-henkrik-tennekes/
    http://climatesci.colorado.edu/2007/02/01/the-difference-between-global-warming-and-climate-change/

  5. Reactie op Liesbeth Flobbe:
    Fred Singer heeft nog wel wat meer dingen gedaan, voordat ie voor een oliemaatschappij ging werken: Career
    In the 1940s and 50s Singer was involved in designing instruments used in satellites to measure cosmic radiation and ozone [11].
    Previous government and academic positions:
    Director of the Center for Atmospheric and Space Physics, University of Maryland (1953-62)
    Special advisor to President Eisenhower on space developments (1960)
    First Director of the National Weather Satellite Service (1962-64)
    Founding Dean of the School of Environmental and Planetary Sciences, University of Miami (1964-67)
    Deputy Assistant Secretary for Water Quality and Research, U.S. Department of the Interior (1967- 70)
    Deputy Assistant Administrator for Policy, U.S. Environmental Protection Agency (1970-71)
    Professor of Environmental Sciences, University of Virginia (1971-94)
    Chief Scientist, U.S. Department of Transportation (1987- 89)
    Peter Bloemers is emeritus hoogleraar, en mag zich dus tot z’n dood, en desnoods ook nog daarna, ‘hoogleraar’ blijven noemen.
    Dat jij er niets over kunt vinden zegt dus niets.
    Adriaan Broere is 75, in zijn tijd bestond een ‘masters’ nog niet. Gepubliceerd heeft hij iig in ‘ Nature’, en daar kom je niet in als je alleen schillenboer bent.
    Misschien weet je iets van AI, ba de klimaatdiskussie duidelijk niet, je probeert te overtuigen door dingen weg te laten en door verdachtmakingen; niet echt een wetenschappelijke benadering.

  6. Als wetenschapper juich ik het toe dat wetenschappelijke studies en beweringen grondig op hun juistheid worden geëvalueerd. Het zal helaas zeer moeilijk te bewijzen zijn of de mens al dan niet verantwoordelijk is voor een klimaatsverandering. Net zoals het zeer moeilijk aan te tonen is dat een verbrandingsoven de veroorzaker is van toenemende kankers in een woonwijk die er vlakbij is gelegen. Maar naar mijn mening moet een dergelijke discussie echter in de wetenschappelijke literatuur of op congressen gevoerd worden. Uiteraard is het wenselijk dat het resultaat daarvan wel naar het grote publiek vertaald worden indien dit grote maatschappelijke consequenties heeft.
    Ik begrijp echter niet wat die 15 ‘wetenschappers’ met hun brief aan de Volkskrant willen bereiken. Stel dat de mens inderdaad niet verantwoordelijk is voor de stijging van de temperatuur, maar dat de waargenomen temperatuurstijging een natuurlijk fenomeen is. Moeten we dan toch maar geen maatregelen nemen? Mogen we dan rustig verder ongeremd fossiele brandstoffen verbruiken? Onze ongelofelijk verspilzuchtige westerse levensstijl behouden ten koste van andere wereldburgers?
    Naast de ‘veronderstelde’ klimaatsverandering zijn dezelfde activiteiten die daar verantwoordelijk voor “zouden” zijn eveneens verantwoordelijk voor een groot aantal andere zeer ernstige natuur- en milieuproblemen.Voor deze impact is er wel een zeer duidelijke oorzaak-gevolg-relatie.
    Ons westers consumptiepatroon is voor een groot deel verantwoordelijk voor de onrustbarende daling van biodiversiteit wereldwijd. Wereldwijd worden de lucht, het water en de bodem verontreinigd door allerhande chemische producten o.a. afkomstig van de olliewinning. Het rijtje is nog veel langer, maar deze problemen hangen grotendeels samen met onze levensstijl. Dit zowel in de geïndustrialiseerde landen als in zich ontwikkelende derdewereldlanden.
    China is een inhaalbeweging aan het maken, maar bij een zelfde consumptiepatroon in China als in de VS zou de wereld compleet onleefbaar worden. Zelfs als het klimaat hierdoor niet beïnvloed zou worden. Of is een wereldwijd wagenpark van 3 miljard stuks een haalbare kaart? (in de VS zijn er 0,76 auto’s/inwoner, in de EU bijna 0,5)
    Dus opnieuw mijn vraag; wat willen de ‘ontkenners’ met hun brief bereiken of vertellen? Dat de mens ongestoord zonder probleem verder kan gaan met zijn manier van consumptie en dat daardoor alle energie en alle rijkdom naar een klein deel van de bevolking blijft gaan, terwijl de grote massa in armoede leeft en de natuur verder wereldwijd vernietigd wordt?
    Ik denk dat het hoog tijd is dat er drastische maatregelen genomen worden om op een duurzame manier te gaan consumeren, want het is 5 voor 12, zelfs zonder klimaatverandering.

  7. Ik ben inderdaad geen klimaatwetenschapper en spreek mij dan ook niet uit over de juistheid van de studies zoals die van Mann. Mijn stelling blijft echter dat er los van klimaatverandering dringend een ander consumptiepatroon nodig is en de maatregelen die genomen zouden moeten worden om een verdere opwarming tegen te gaan alleszins ook nodig zijn om andere milieu effecten tegen te gaan.
    Trouwens blijkbaar zijn veel klimatologen het er over eens dat er een antropogeen effect is op het klimaat.
    Blijft dus het voorzorgsprincipe, ook al is men niet 100 % zeker men kan beter het zekere voor het onzekere nemen.

  8. Er is een oplossing: de Franse, die gebruiken jullie in Belgie ook. Kernenergie is een goed no-regrets beleid want je haalt er alle vervuiling mee uit de lucht.
    Verder zijn de rampscenarios voor de 21e eeuw volledig bepaald door de ontwikkeling van de CO2-emisies in India en China, wat het westen doet is absoluut niet relevant. Ik verwacht milieumaatregelen die het autoverkeer in China beperken of een verplichting voor electrische auto’s, want als je een echt door en door vervuild land wil zien moet je eens in China gaan kijken.
    Op termijn zal Nederland zich moeten buigen over de vervanging van aardgas en ook hier is in eerste instantie kernenergie een logische oplossing omdat de reserves in stabiele landen als Canada en Australie liggen, en Borsele er graag een centrale bij wil. 1 kerncentrale is goed voor 5000 windmolens.
    Het voorzorgsprincipe houdt ook in dat je op korte termijn (enkele decennia)ernstig rekening moet houden met een forse afname van de zonkracht met alle gevolgen van dien, een paar 1963 winters achter elkaar leggen het hele land plat. De burger nu al laten betalen voor innovaties die een terugverdientijd hebben van meer dan 30 jaar is weggegooid geld, binnen een jaar of tien zijn er gewoon betaalbare alternatieven voor olie en gas omdat die zich dan de markt uitprijzen vanwege afgenomen reserves.
    Dus nu kernenergie en verstandig omspringen met grondstoffen, maar dat deed je vast al.

  9. Lieven,
    De boodschap van politici, milieuorganisaties en anderen zoals Al Gore, is de verkeerde. Zoals je zelf al zegt: de wijze waarop wij energie omgaan moet op enigerlei manier veranderen. Nu proberen bovengenoemde personen en organisaties ons angst aan te jagen en bepaalde maatregelen op te dringen, die niet het eigenlijke hierboven genoemde doel beoogen, n.l. op een andere manier met energie en de daarmee verbandhoudende vervuiling omgaan. Ik ben echter bang dat deze boodschap niet voldoende sexy is.
    De wijze waarop de discussie rondom de vermeende “man-made” klimaatverandering wordt gemanipuleerd, moeten ons toch enigzins wantrouwend maken. Het is tegenwoordig politiek incorrect als je sceptisch bent over de vermeende klimaatverandering. Ik zou hebben verwacht dat organisaties zoals Greenpeace een meer objectief oordeel zou hebben over dit onderwerp, maar ik heb sterk de indruk dat zij tegenspraak inzake dit onderwerp niet dulden. Naar het waarom kan ik alleen maar gissen, maar de positieve uitstraling die Greenpeace in het verleden op mij heeft gehad, is door deze houding nagenoeg geheel verdwenen.

  10. Aanmaak voor kernergie is praktisch niet meer voor handen; als alle geindustrialiseerde landen over zouden gaan op kernergie, is binnen vijf jaar de uraniumvoorraad op.
    Zolang wij in het westen niet beseffen dat ons huidige leefpatroon pathogeen is, is er geen adekwate oplossing voor handen op de toekomstige problemen.

  11. Alleen rijken kunnen het zich veroorloven om biologisch te eten en duurzame energie te kopen. Arme mensen gaan gewoon dood van ziekten die genezen kunnen worden: Iedereen rijk maken dus.
    En van dat uranium dat opraakt, valt wel mee:
    http://www.americanenergyindependence.com/uranium.html

    Current estimates of “economically recoverable” reserves apply an upper price/cost limit of $135/kg for uranium ore. This price cutoff does not sufficiently appreciate the lack of effect that ore cost has on power cost. It corresponds to a power price increase of only ~0.25 cents/kW-hr, versus today’s $40/kg ore price. Uranium sources that cost up to $500, and perhaps even ~$1000/kg (which would increase nuclear power’s cost by 1-2 cents/kW-hr) can still be economic, especially in a CO2-emission-constrained world, and/or a world where gas and oil have started to run out. Even at $1000/kg, advanced nuclear plants should be able to produce power at ~6 cents/kW-hr or less. The cost of power from post-production-peak gas or oil plants, or from coal plants with full CO2 sequestration, is likely to be higher than this. Finally, it should be noted that (as discussed later), at a uranium price of $500-1000/kg, breeder reactors become economical, and the uranium supply effectively becomes infinite.

  12. Lieven,
    Ik zie in je link dat uranium geen netto energie zou leveren beneden 100 g/t grade.
    http://www.mme.gov.na/gsn/pdf/URANium.pdf
    De belangrijkste deposit in Namibie is de Rössing mijn die op het ogenblik op 300g/t wint.
    Dit is een uitgebreid Australisch rapport uit 2006:
    Life-Cycle Energy Balance and Greenhouse Gas Emissions of Nuclear Energy in Australia
    http://www.pmc.gov.au/umpner/docs/commissioned/ISA_report.pdf

    If lean ores are assumed (0.01%), the situation changes drastically (Table 3.23):
    Mining and milling, and the clean-up of the mine site become the main components of
    the total energy and greenhouse gas requirements. The energy and greenhouse gas
    intensities are 1.63 kWhth/kWhel and 527 g CO2-e/kWhel, respectively. Under these
    conditions – assuming Storm can Leeuwen and Smith’s parameters – such a nuclear
    fuel cycle would indeed not produce net energy, and its greenhouse gas emissions
    would be comparable to a gas-fired power plant, (compare [18] Figure 10, and [125]
    Figure 4), and the main reason for this would be the energy required to extract and
    mill uranium ore, and to dispose of the mine tailings.
    It is therefore an important question to ask whether Storm van Leeuwen and Smith’s
    assumptions are realistic or not. Table 3.24 provides a comparison of energy
    intensities from the literature and Storm van Leeuwen and Smith’s figures. This table
    demonstrates very clearly that the main differences arise for the following fuel cycle
    stages: mine clean-up construction, operation, decommissioning, spent fuel storage,
    ILW/LLW disposal, and HLW disposal. The commentary in Table 3.25 attempts to explain some of the main discrepancies,
    supported by more detailed explanations previously in this Section. However, some of
    the assumption made by Storm van Leeuwen and Smith relate to waste disposal
    practices in the nuclear energy industry. To critique these practices is outside the
    scope of this study, which is indicated in the corresponding rows of Table 3.25.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *