Alterra: gunstig effect weidegang op klimaat is twijfelachtig

In een persbericht op 31 mei schrijft CLM dat het bieden van weidegang aan koeien gunstig is met het oog op de uitstoot van broeikasgassen. De onderliggende bewijsvoering is flinterdun, menen René Schils en Peter Kuikman van Alterra. Eerdere berekeningen van Alterra en Animal Sciences Group van Wageningen UR rechtvaardigen de algemene conclusie van CLM niet. Beweiding zou wel eens vaker ongunstiger voor het klimaat kunnen zijn dan gunstiger, stellen zij in een reactie.
CLM baseert haar conclusie op een korte notitie waarin resultaten van verschillende studies worden samengevoegd. Bij dieren die grazen is de totale emissie van lachgas en methaan weliswaar hoger dan bij dieren die op stal staan, maar CLM stelt dat het voordeel in de meeste situaties teniet wordt gedaan door het hogere krachtvoergebruik en het hogere energieverbruik.
De emissies van de broeikasgassen methaan en lachgas worden berekend voor verschillende grondsoorten en grondwaterstanden. Voor de emissie van CO2 wordt echter voor alle grondsoorten en grondwaterstanden een vast verschil aangehouden tussen bedrijven die wel of niet weiden. Een dergelijke benadering gaat voorbij aan de bedrijfsspecifieke omstandigheden die bepalend zijn voor bijvoorbeeld het gebruik van kunstmest, de oppervlakte maïs, de graskwaliteit, en de aankoop van krachtvoer en ruwvoer. Die verschillen kunnen groot zijn en daarom mede bepalend voor het energieverbruik en daarmee voor de CO2-emissie, aldus de Alterra-medewerkers.
Tevens ontbreekt in het persbericht van CLM voldoende nuance over de grootte van de gevonden verschillen, vinden Schils en Kuikman. Het absolute verschil tussen onbeperkt weiden en volledig opstallen varieert van 331 kilo CO2 per koe in het voordeel van weidegang tot 400 kilo CO2 per koe in het nadeel van weidegang. Op een totale emissie van 8000 tot 12.000 kilo CO2 zijn dat verschillen van maximaal 3 tot 5%.
In een eerdere studie van Alterra en de Animal Sciences Group zijn de effecten van minder weidegang op de uitstoot van broeikasgassen berekend voor gemiddelde melkveebedrijven op zand, klei en veen. Daarbij is rekening gehouden met de bestaande grondsoortgebonden verschillen in weidegang. Op zandgrond wordt momenteel vrijwel uitsluitend beperkt geweid. Hier is het verschil met summerfeeding berekend. Op veengrond komt onbeperkt weiden nog wel voor en is het verschil met beperkt weiden berekend. De studie constateert voor zandgrond geen verschil in emissies tussen beperkt weiden en summerfeeding. Op klei en veen was de emissie bij respectievelijk 700 en 900 kilo CO2 per koe in het nadeel van beweiden.
De vraag of beweiding al dan niet goed is voor de gewenste beperking van emissies van broeikasgassen is niet eenvoudig te beantwoorden. Het is echter duidelijk dat beweiding geen grote bijdrage levert in het beperken van de emissie uit de landbouw. Er is nog geen gerichte wetenschappelijke studie beschikbaar waarop een advies van beweiding voor beperking van emissies van broeikasgassen kan worden gebaseerd.
[Alterra]

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *