IISD: Europese biobrandstoffen bedenkelijk voor milieu en portemonnee

Klimaatverandering aanpakken door biobrandstoffen te subsidiëren zoals de EU doet, is niet erg efficiënt. De Europese regeringen kunnen de meer dan 3,7 miljard euro die ze dit jaar besteden aan die subsidies veel beter inzetten.
Dat concludeert het Internationaal Instituut voor Duurzame Ontwikkeling (IISD) in een nieuw rapport. De in Genève gevestigde instelling heeft berekend dat het besparen van een ton kooldioxide door ethanol uit suikerbiet te halen, 600 tot 800 euro kost. Voor dat bedrag kan er voor maar liefst 160 ton aan uitstootrechten worden gekocht op de Chicago Climate Exchange. Die verhandelbare rechten ontstaan doordat er ergens op de wereld bomen zijn geplant die koolstofdioxide vastleggen, of doordat een bedrijf overschakelt op hernieuwbare energiebronnen die netto geen CO2 meer in de atmosfeer brengen.
Er zijn ook erg veel fossiele brandstoffen nodig om biobrandstoffen te produceren. Het IISD denkt dat Europa veel makkelijker kooldioxide kan besparen door een belasting op de uitstoot van het broeikasgas.
Vooral Europese biobrandstof is peperduur. Er is veel meer energie te halen uit suikerrijke gewassen dan uit zaden en graan, maar dat laatste is precies wat in Europa gebeurt. Ongeveer 90 procent van de 6 miljoen ton biobrandstoffen die in 2006 in Europa werden geproduceerd, kwam uit koolzaad.
Europa moet de importtarieven op ethanol uit suikerriet doen dalen, beveelt het IISD aan. Daar zit nu namelijk 19,20 euro belasting per 100 liter op. Arme landen als Brazilië kunnen alleen maar baat hebben bij die verlaging, en Europa kan eindelijk ook goedkopere biobrandstof tanken.
Emilie Pons van de Parijse universiteit Sciences Po heeft daar wel ethische vragen bij. “De arbeidsomstandigheden in de suikerrietteelt in Brazilië, en ook de palmolieteelt in Maleisië, komen dicht bij slavernij.” Palmolie is een ingrediënt van sommige biodiesels. “Het milieu wordt evenmin gespaard, door bodem- en waterverontreiniging en de dramatische ontbossing in Brazilië en Indonesië.” Wat Pons betreft moet de EU dezelfde standaarden stellen voor de biobrandstoffen die worden geïmporteerd als voor de eigen productie.
Aan de andere kant, zegt Lena Ek, europarlementariër namens de Zweedse liberalen, heeft Brazilië wel veel kunnen verdienen met de ethanol. “Vorig jaar hebben ze hun schuld bij de Wereldbank kunnen afbetalen.”
Aan het eind van het jaar wil de Europese Commissie de nieuwe richtlijn voor biobrandstoffen de deur uit hebben. Ambtenaren studeren nu op mogelijkheden om subsidie uit te sluiten voor biobrandstoffen waarvoor in het productieproces meer broeikasgassen worden uitstoten dan ze uiteindelijk besparen. Biobrandstoffen uit moerassen en veengebieden vallen daar ook onder.
Volgens een medewerker van de Commissie is er een “ernstig misverstand” over deze subsidies. Men denkt vaak dat biobrandstoffen worden gestimuleerd om boeren te steunen, “maar daar heeft het niets mee te maken”. De echte doelstelling is zorgen dat kan worden voldaan aan de groeiende vraag.
Het IISD is niet voor een systeem van productiesubsidies, zoals in de Verenigde Staten. Beter kan de Canadese aanpak worden gebruikt: daar wordt geen subsidie verstrekt voor een bepaalde productie, maar voor onderzoek.
In elk geval moet de Europese Unie dringend zijn subsidiebeleid herzien. De uitgaven worden immers alleen maar groter, want de EU wil het aandeel biobrandstoffen in het brandstofverbruik voor verkeer en vervoer van 2 naar 10 procent tillen.
[IPS]

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *