Econoom: klimaatverandering niet per se een probleem

Klimaatsverandering staat niet automatisch gelijk aan een klimaatsprobleem. Dat stelt Johan Albrecht, dokter in de economische wetenschappen aan de Universiteit van Gent en het Itinera Instituut.
In zijn boek Klimaatrelativisme weerlegt hij de “overdreven” voorspellingen van het Intergovernmental Panel on Climate Change (IPCC) van de Verenigde Naties.
Het IPCC voorziet een toename van de gemiddelde temperatuur met 1,1 °C tot 1,8 °C tegen 2100 zonder dat een klimaatbeleid wordt gevoerd. Deze toename komt overeen met de 2°C-doelstelling die de Europese Unie vooropstelt als streefdoel van het klimaatbeleid. Voor de EU is een dergelijke temperatuurstoename over een periode van honderd jaar “aanvaardbaar”, volgens het IPCC kan dit streefdoel gehaald worden zonder klimaatbeleid. Daaruit concludeert Albrecht dat het bestaan van een klimaatprobleem formeel weerlegd wordt door het IPCC.
De auteur benadrukt ook de nood van een energietransitie:

“De energiesystemen in de toekomst zullen minder afhankelijk zijn van fossiele energiebronnen en dus per definitie leiden tot een lager uitstoot van CO2 en andere broeikasgassen.”

Hoewel Johan Albrecht het werk van de klimaatexperts van deze VN-instelling niet contesteert, heeft de auteur wel felle kritiek op de gebruikte methodologie.

“De continue stroom van voorspelde klimaatrampspoed is het rechtstreekse gevolg van de keuze van het IPCC om de klimaatvoorspellingen tot 2100 te laten vertrekken van onrealistische worst case scenario’s. Er wordt ook geen klimaatbeleid in deze voorspellingen opgenomen.”

Albrecht oordeelt dan ook dat het merendeel van de modellen van het IPCC overdreven zijn en niet overeenstemmen met de realiteit.

“Demografische voorspellingen van de VN hebben het over 9 miljard mensen tegen 2100. In bepaalde modellen baseert het IPCC zich echter op een wereldbevolking van 15 miljard inwoners.”

Hij roept België op om te investeren in technologieën van de toekomst.

“De mensen subsidies voorstellen om hun dak te isoleren of om dubbele beglazing te voorzien, dat is investeren in technologieën die dateren uit de jaren zeventig. Een windmolenpark ter hoogte van Oostende aanleggen, dat is positief, maar dat zou het nog meer zijn als men dit project koppelt aan een bedrijf dat waterstof produceert, de brandstof van de toekomst.”

De economieprofessor benadrukt ook het belang van de opleiding van jongeren, zoals in Zweden gebeurt.

“Dat land wil tegen 2020 niet langer afhankelijk zijn van fossiele brandstoffen. Om dat te bereiken, stimuleert Zweden bedrijven om vernieuwende oplossingen te vinden. Het land investeert ook in de vorming van de toekomstig werknemers.”

[Gazet van Antwerpen]

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *