Klimaatverandering funest voor veel Europese vlinders

Europa zal veel dagvlinders kwijt raken door klimaatverandering, zo menen de auteurs van een nieuw boek, Climatic Risk Atlas of European Butterflies. Hierin zijn modellen over klimaatverandering toegepast op de vlinderwaarnemingen van vele duizenden vrijwillige veldmedewerkers.
In het worst case scenario dat door de wetenschappers is onderzocht, wordt uitgegaan van een temperatuursverhoging van 4,1°C tot 2080. In dat geval zal voor zeventig soorten dagvlinders meer dan 95% van het huidige leefgebied ongeschikt worden.
In het beste geval wordt uitgegaan van een stijging van 2,4 °C. Zelfs dan zal voor 147 soorten meer dan 50% van hun huidige areaal geen geschikt leefgebied meer vormen.
Voor veel vlinders betekent dit dat ze verdwijnen uit gebieden waar ze nu nog regelmatig worden gezien. De kleine vos bijvoorbeeld, vroeger een zeer gewone soort, zal uit het grootste deel van Midden- en Zuid-Europa verdwijnen.
In het ingrijpendste scenario zal de Spaanse pijpbloemvlinder 97% van zijn leefgebied in Spanje en Zuid-Frankrijk kwijtraken en de apollovlinder zal in de berggebieden meer dan 75% in aantal achteruitgaan.
[Vlinderstichting]

Meer inzicht in opwarming door studie van insecten

Een Belgische expeditie gaat insecten bestuderen om na te gaan in hoeverre de aarde opwarmt. Daarvoor zullen zij op verschillende plaatsen in de wereld nagaan in hoeverre er insecten voorkomen die dodelijke ziektes overdragen. Die gegevens worden vergeleken met historische gegevens.
De onderzoekers hebben voor de komende zes jaar tochten gepland naar plaatsen in Europa, Zuid-Amerika en Azië.
Door de opwarming van de aarde wordt het warmer en vochtiger, wat tot meer beestjes leidt. De expeditieleden concentreren zich op muggen, teken en andere insecten die ziekten zoals malaria, gele koorts en blauwtong verspreiden.
De onderzoekers werken samen met het Instituut voor Tropische Geneeskunde, een geneesmiddelenfabrikant en een bedrijf dat middelen tegen muggen verkoopt.
De expeditie onderzoekt niet alleen in hoeverre de aarde opwarmt, maar kijkt ook hoe groot de kans op uitbraak van verschillende ziekten is. Op 6 oktober vertrekt een eerste expeditie naar de Franse Camargue.
[ANP]

“Broeikaseffect heeft grootste gevolgen voor tropische insecten”

Niet ijsberen, maar tropische insecten zijn de komende eeuw de belangrijkste slachtoffers van de opwarming van de aarde. Die zullen zich het slechtst kunnen aanpassen aan zelfs maar een beperkte temperatuurstijging.
Dat schrijven Curtis Deutsch en andere biologen van de Universiteit van Washington in Seattle in het wetenschappelijke tijdschrift PNAS.
Hoewel de poolstreken volgens de broeikasmodellen het hardst zullen opwarmen, zullen de gevolgen voor flora en fauna daar meevallen. Ten eerste is de soortenrijkdom beperkt, en ten tweede zijn de dieren daar in staat een brede temperatuurrange te overleven – van 60 graden onder nul tot het vriespunt.
Veel insecten in de tropen daarentegen leven volgens Deutsch al dicht bij de maximale temperatuur die zij kunnen verdragen. Zelfs een opwarming van maar twee graden zou hun de das om kunnen doen. Ook koudbloedige dieren als kikkers en reptielen zitten volgens de Amerikaanse biologen in de gevarenzone.
[Volkskrant]

“Bijensterfte erger dan opwarming aarde”

In Kennemerland is paniek onder imkers uitgebroken. De bijen hebben een rampzalige winter doorgemaakt. Driekwart van de volken is dood als gevolg van ziekten. Ook wereldwijd zijn grote problemen. De Belgische professor Frans Jacobs, werkzaam bij de universiteit van Gent en een vermaard bijendeskundige, luidt de noodklok.

“De oprukkende varroa destructor mijt zorgt voor grote bijensterfte. Economisch kan dit probleem erger worden dan de opwarming van de aarde. Want zonder bijen, geen bestuiving en geen landbouw.”

Dertig tot veertig procent van de honingbijen in de bijenkasten van de Gentse universiteit blijkt in de winter te zijn doodgegaan als gevolg van de virusziekten. Aan de Amerikaanse westkust is afgelopen drie seizoenen naar schatting zestig procent van de commerciële bijenkolonies weggevaagd, aan de oostkust zelfs zeventig procent. Professor Jacobs:

“In de mondiale rangschikking van economisch belangrijkste ‘landbouwdieren’ staan bijen op de tweede plaats. Enkel runderen brengen nog meer geld op. Bijen zijn economisch belangrijker dan varkens of kippen.”

Door de bijensterfte zou volgens de professor een derde van de mondiale landbouwproductie in gevaar komen.
In Kennemerland is de situatie niet veel anders. Pim Lemmers van de Imkervereniging Haarlem en omstreken:

“Door het mooie weer van de afgelopen dagen hebben de imkers de balans van de winter kunnen opmaken. Het is werkelijk nog nooit zo’n slechte uitwintering geweest. Ik ben er ruim dertig van de 45 ingewinterde volken kwijt. Ik ga dan ook maar postzegels verzamelen…”

Ook elders in Nederland is grote onrust ontstaan. Een bijenhouder uit het Gelderse Overloon constateerde bij het uitvliegen dat zijn bijna zestigduizend bijen op mysterieuze wijze waren verdwenen. Hij heeft geen idee waar zijn beestjes gebleven zijn. Van massale bijensterfte is daar echter geen sprake, want dode dieren trof hij niet aan. Naar de toedracht kan hij alleen maar gissen.
“Mobiele telefonie zou de oorzaak kunnen zijn”, vermoedt deze bijenhouder. De straling van gsm-masten zou het navigatiesysteem van de bijen kunnen beïnvloeden, waardoor ze de weg naar huis niet meer kunnen vinden en eitjes onbevrucht blijven.
[Haarlems Dagblad]

“Regen doodt larven malariamug”

Regenval is dodelijk voor veel larven van de malariamug. Dat concluderen onderzoekers van de Wageningen Universiteit en het Kenya Medical Research Institute na gezamenlijk onderzoek. Tot nu toe werd aangenomen dat malariamuggen goed gedijen bij veel regen.
Uit het onderzoek blijkt dat regenval de overlevingskansen van muggenlarven flink verkleint. Tijdens een regenachtige nacht sterft gemiddeld 23 procent van de jongste larven van de malariamug en legt 9 procent van de oudere larven het loodje.
De sterftecijfers tijdens een droge nacht zijn aanzienlijk lager. De wetenschappers deden hun onderzoek in Afrika.
De klimaatverandering heeft gevolgen voor de mug, die malaria overbrengt op mensen. Meer regen zal leiden tot meer en langer bestaande broedplaatsen, zoals poeltjes.
Tegelijk zullen de malariamuggenlarven te kampen krijgen met grotere sterfte. Daardoor zal de volwassen populatie malariamuggen kleiner zijn, aldus de onderzoekers.
[Nu.nl]

Mug toont temperaturen door de jaren heen

Een nieuwe onderzoeksmethode van wetenschappers van de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO) reconstrueert de temperaturen in het verleden met behulp van fossiele larven van dansmuggen. Dat maakte NWO bekend.
De fossielen zijn uitstekende indicatoren voor temperatuurveranderingen. De onderzoekers kunnen zo zelfs de reactie van flora en fauna op toekomstige klimaatveranderingen beter voorspellen.
Zo paste een onderzoeksgroep van het Institute of Environmental Biology van de Universiteit Utrecht de methode toe op afzettingsgesteente uit het Drentse Hijkermeer. Hieruit bleek dat de laatste ijstijd in Nederland gepaard ging met schommelingen in de zomertemperatuur van 2 tot 3 graden Celsius en met plotselinge, grote veranderingen in de regionale vegetatie.
[ANP]

CBS: Nederlandse flora en fauna worden Zuid-Europees

Door de klimaatverandering verschijnen steeds meer zuidelijke planten- en diersoorten voor het eerst in Nederland. Daarnaast broeden bepaalde vogelsoorten steeds vroeger en bloeien plantensoorten eerder, meldt het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) maandag.
Als de klimaatverandering doorzet, zullen zogenoemde koudeminnende soorten langzaamaan uit Nederland verdwijnen, voorspelt het CBS. Voor liefhebbers van warmte wordt Nederland juist een gunstiger oord. Dat geldt voor broedvogels, reptielen, amfibieën, dagvlinders en libellen. De ontwikkeling is rond 1990 in gang gezet, aldus het CBS.
[Novum]
» lees verder: CBS

Jonge vogels missen rupsen

Het vlinderseizoen is dit jaar door de extreem hoge temperaturen ongeveer drie weken eerder begonnen dan normaal. Dat betekent dat jonge trekvogeltjes de rupsenpiek gaan missen en mogelijk te weinig voedsel krijgen.
Dat zeggen onderzoekers van De Natuurkalender, een onderdeel van de Wageningen Universiteit. Volgens hen zijn de vlinders en dus ook de rupsen veel eerder dan normaal. Maar trekvogels als de gierzwaluw, de bonte vliegenvanger, de tapuit en de koekoek komen nauwelijks eerder terug uit het warme zuiden en moeten dus nog volop jongen krijgen. De Natuurkalender houdt samen met natuurorganisaties komend weekeinde een nationale Vlindertelling.
Natuurvorsers hebben koolwitjes en boomblauwtjes begin april al gezien. De vliegtijd van het oranjetipje was eind april al voorbij, terwijl het beestje gewoonlijk voor het eerst rond koninginnedag wordt aangetroffen.
Na de eerste vliegperiode treedt in juni de zomerdip in de vlinderstand in. De eerste generatie is voorbij en de tweede generatie moet nog komen. Dan zijn er voldoende rupsen voor de jonge vogels. Maar de onderzoekers verwachten dat de zomerdip dit jaar al rond deze tijd zal plaatshebben.
Dat moet onder meer blijken uit de Vlindertelling. De Natuurkalender wil graag dat mensen van tien vlindersoorten doorgeven hoeveel ze er zaterdag en zondag zien.
[ANP]

Meer epidemieën door klimaatverandering

Klimaatverandering dwingt landen in Latijns-Amerika extra maatregelen te nemen tegen ziekten zoals kokkelkoorts. De tropische ziekten die net als malaria worden overgebracht door muggen, woeden momenteel onder meer in Bolivia en Brazilië. Paraguay kampt met een epidemie van de gevaarlijkste variant.
Enorme regenval heeft de afgelopen drie maanden lagunes doen ontstaan in de Bolivaanse Amazone. In die lagunes heeft de mug die knokkelkoorts overdraagt zich enorm kunnen vermenigvuldigen, zegt Franklin Alcaraz del Castillo, hoofd van het Latijns-Amerikaanse Wetenschappelijk Onderzoekscentrum (CELIN) in Bolivia.
Knokkelkoorts is een virusziekte die wordt overgedragen door de Aedes aegypti-mug, die het virus oppikt als hij een geïnfecteerd persoon bijt. Als dezelfde mug daarna een ander mens steekt, raakt ook die besmet.
“De opwarming van de aarde vergroot de kans op epidemieën.” Daarover bestaat geen twijfel, volgens entomoloog Anthony Erico Guimaraes; Volgens de onderzoeker aan het Oswaldo Cruz Instituut in Brazilië heeft de wereldwijde temperatuurstijging rechtstreeks invloed op de verspreiding van knokkelkoorts, omdat ze het neerslagpatroon verandert.
Door de opwarming van de aarde breiden de muggen hun leefgebied uit en leren ze zich beter aanpassen aan lagere temperaturen, knikt de Argentijnse wetenschapper Osvaldo Canziani, lid van het Intergovernmental Panel on Climate Change. “Daarom zijn preventiemaatregelen belangrijk, zelfs als het buiten niet warmer is dan vijftien graden.”
[IPS via MO.be]

Voor- en nadelen van opwarming

Voordelen


Bejaarden blijven langer leven.
De optimale temperatuur in Nederland is 16,5 graden Celsius. Het sterftecijfer is dan het laagst, berekende de Erasmus Universiteit in Rotterdam.
Tuinders stoken veel zuiniger en krijgen toch hun kassen op temperatuur.
Mensen met dermatologische klachten hebben aanzienlijk minder last van jeuk. De gevoelige huid heeft last van temperatuurwisselingen, verwarming en droge lucht.
Daklozen. Veel instanties doen de deuren van de winteropvang open als het 5 graden of meer vriest. De daklozen, volgens een ruwe schatting 25 duizend in totaal, hebben er dit jaar geen omzien naar.
De boeren slaan de hand reeds aan de ploeg al was het het vroege voorjaar. Ze kunnen dit jaar een ‘extra snit’ gras maaien.
Broeikaseffect. De gemiddelde Nederlander stookt veel minder, dientengevolge daalt ook de CO2- uitstoot.

Nadelen


Insecten overwinteren mee. De muggen weten van geen ophouden.
Uitblijven van het wintergevoel. Truien en mutsen blijven in de winkel liggen, de open haard brandt zelden, op tafel geen snert en boerenkool.
Minister Zalm van Financiën verkoopt minder gas. Volgens GasTerra (nieuwe naam voor Gas- Unie) scheelt dat de schatkist 1 miljard euro.
Schelpdieren in de Waddenzee groeien pas na een koudeperiode. De eidereenden en scholeksters komen vroeger naar het warme Nederland en de kleine schelpjes biedt ze te weinig eten.
Elfstedentocht. De schaatser kijken er sinds 4 januari 1997 reikhalzend naar uit, maar de betere schaats ligt alweer voor een prikkie te koop in de winkel.
De beren beginnen veel te laat aan hun winterslaap, ook de beren in de dierentuin. Ze zijn daardoor agressiever dan normaal.
Nooit meer klagen over de kou.
[Volkskrant]