Roetwolken versterken extremer weer in Azië

In Azië smelten de gletsjers sneller, wordt het weer extremer en worden de grote steden donkerder. De zogenoemde bruine roetwolken in de atmosfeer van Azië vormen vooral het probleem, omdat zij de klimaatverandering op het continent versterken.
Dat stellen wetenschappers van het Milieuprogramma van de Verenigde Naties (UNEP) in een donderdag gepubliceerd rapport over het milieu in Azië. De roetdeeltjes uit de vervuilde wolken zouden klimaatveranderingen in Azië versterken, omdat zij zonlicht absorberen en warmte vasthouden.
De bruine wolken zijn vooral een toenemende bedreiging voor het klimaat in dichtbevolkte Aziatische landen als China en India. De roetdeeltjes zorgen er onder meer voor dat de gletsjers van gebergten als de Himalaya sneller smelten.
Ook neemt door de vervuilde wolken de kans op hevige regenval in onder meer China en India toe met hoeveelheden van 150 millimeter regen op een dag. Verder tasten de rondzwevende roetdelen de landbouwoogst en volksgezondheid in Azië aan.
Jaarlijks overlijden er in China en India volgens het UNEP-rapport 340.000 mensen aan hart-en ademhalingsproblemen die zijn veroorzaakt door de milieuverontreiniging.
UNEP-directeur Achim Steiner stelt dat de huidige generatie wereldwijd moet investeren in ‘groene groei’ door bijvoorbeeld zonne-energie te gebruiken voor werkplekken en het aansturen van voertuigen.
De milieuverontreiniging wordt vooral veroorzaakt door overbevolking en de snelle economische ontwikkelingen in Azië.
[ANP]

Onderzoek Natuur en Milieu: luchtvervuiling vooral in Nederland

De lucht in Nederland is vuiler en ongezonder dan politici en burgers veronderstellen. Dat stelt de Stichting Natuur en Milieu op gezag van recente onderzoeken, onder meer van het Oostenrijkse IIASA, uitgevoerd in opdracht van de Europese Commissie.
De uitstoot van stikstofdioxide en ammoniak is de hoogste van Europa en een van de hoogste voor fijnstof, aldus een deze week verschenen brochure. “Daarnaast komt er veel vervuiling uit het buitenland aanwaaien.” Ook wat betreft schade aan gezondheid (vooral door fijnstof), landbouw (door ozon) en natuur (onder meer door door vermesting) behoort Nederland tot de Europese top.
Nederland besteedt de komende jaren jaarlijks “iets meer dan één euro” per inwoner aan het bestrijden van de schade. Dat zou veel meer moeten worden, vindt Natuur en Milieu, vooral omdat in een dichtbevolkt land als Nederland de kosten relatief laag kunnen blijven en de baten “vele malen hoger” uitvallen. “De baten van deze investeringen zijn tot wel tachtig keer hoger dan de kosten.”
Het Planbureau voor de Leefomgeving, gevraagd om een reactie, stelt dat de genoemde cijfers in de brochure wel kloppen, maar noemt de manier van presenteren nogal eenzijdig. Volgens een woordvoerder is het logisch dat kleine landen een relatief grote emissiedichtheid per vierkante kilometer hebben. Per hoofd van de bevolking “ziet het er heel anders uit”.
En dat Nederland op dit moment relatief weinig kosten maakt voor maatregelen, komt omdat omdat Nederland al veel maatregelen genomen heeft. “Goedkope maatregelen zijn in Nederland al genomen en in veel buitenlanden nog niet”, aldus de woordvoerder.
» lees verder: NRC

Hoogleraar wil olivijn uitstrooien tegen klimaatverandering

Wat moeten we doen om de klimaatverandering tegen te gaan? Afvangen van CO2, of inzetten op wind en zon? Onzin, volgens emeritus hoogleraar geochemie Olaf Schuiling. Zijn oplossing voor het CO2-probleem: het mineraal olivijn uitstrooien boven land en zee en laten reageren met koolstofdioxide.
Olivijn is een van de meest voorkomende mineralen op aarde en reageert van nature met CO2. in 2007 diende Schuiling zijn olivijnplan in bij de Climate Challenge, een wedstrijd voor klimaatoplossingen, georganiseerd door Richard Branson. Zijn idee? Bouw grote mijnen voor olivijnwinning, verpulver het mineraal tot korrels van een millimeter en verspreid het over land en zee. Hiermee wordt natuurlijk CO2 onschadelijk gemaakt. Volgens de geochemicus is er genoeg olivijn voor alle overtollige koolstofdioxide.
De oplossing van Olaf Schuiling is onderdeel van een nieuwe beweging: de geo-engineering. Dat is het met behulp van technische innovatie oplossen van milieuproblemen. Zo is er een plan om grootschalig algen te gaan kweken die van nature CO2 opnemen. Een ander idee is om een immens grote schuurspons de ruimte in te slingeren die fungeert als een soort luxaflex en daarmee alleen het gewone zonlicht doorlaat en de infrarode straling tegenhoudt.
[Vroege Vogels]

Broeikasgas NF3 neemt toe door plasmaschermen

De concentratie van het broeikasgas stikstoftrifluoride (NF3) in de atmosfeer is de laatste dertig jaar vertwintigvoudigd, zo blijkt uit metingen. Dit jaar komt ongeveer 4000 ton NF3 in de atmosfeer terecht, vergelijkbaar met 67 miljoen ton CO2. Onderzoekers uit Californië luiden de noodklok in Geophysical Research Letters.
NF3 wordt gebruikt in de productie van plasmaschermen, computerchips en, ironisch genoeg, zonnecellen. Het gas staat niet vermeld in het Kyoto-protocol, omdat men lang dacht dat het geen belangrijke rol speelt in de opwarming van de aarde. NF3 werd een paar jaar geleden populair als groen alternatief voor perfluorkoolstoffen (PFKs), een verzameling broeikasgassen die wel zijn opgenomen in het Kyoto-protocol en die gemakkelijk ontsnappen in productieprocessen.
Slechts 2% van al het NF3 dat men gebruikt om plasmaschermen te maken, eindigt in de atmosfeer. Maar NF3 is wel een heel sterk broeikasgas, 12.000 maal sterker dan CO2. Ook blijft het honderden jaren in de atmosfeer aanwezig.
[C2W]

Vervuiling Aziatische steden bedreigt Himalaya

Het Himalayagebergte heeft zwaar te lijden onder vervuiling die vanuit grote steden in Zuidoost-Azië met de wind wordt meegevoerd. Dat hebben Franse en Italiaanse wetenschappers dinsdag bekendgemaakt.
Dit fenomeen kan het voortbestaan van het extreem kwetsbare gebergte bedreigen, aldus de onderzoekers. Niet alleen kooldioxide, maar ook luchtvervuiling heeft een belangrijk aandeel in de wereldwijde klimaatverandering. Vooral vervuiling door verbranding, zoals roet, draagt bij aan de opwarming van de aarde. Deze deeltjes komen door de wind in de Himalaya boven de 5000 meter uit. Daar mengen ze met schone lucht en bevorderen ze het smelten van gletsjers.
Het is nog onduidelijk wat de uiteindelijke invloed op het milieu zal zijn.
[ANP]

WWF: klimaat verandert sneller dan voorheen aangenomen

Volgens een nieuw rapport van het Wereld Natuur Fonds (WWF) verandert het klimaat sneller dan tot dusver werd aangenomen. Volgens nieuwe berekeningen van de natuurorganisatie is het mogelijk dat de Noordpool tussen 2013 en 2040 in de zomer volledig ijsvrij wordt. De zeespiegel zou tegen het eind van deze eeuw meer dan 120 centimeter kunnen stijgen.
De berekeningen van het WWF zijn daarmee veel pessimistischer dan die van het IPCC, het klimaatpanel van de Verenigde Naties dat vorig jaar nog de Nobelprijs van de Vrede won samen met Al Gore. Het IPCC voorspelt bijvoorbeeld een zeespiegelstijging van 59 centimeter.
De gevolgen van de klimaatverandering zullen in Nederland merkbaar zijn door onder meer een toename van het aantal en de intensiteit van stormen boven de Britse eilanden en de Noordzee. Dit zal leiden tot grotere schade in West- en Centraal-Europa, aldus het WWF.
In Luxemburg komen maandag de ministers van Milieu van de Europese Unie bijeen. Zij bespreken het Europese klimaatplan. In december moet daarover een compromis zijn bereikt tussen de ministers en het Europees Parlement.
[Nu.nl]

Nieuwe hoogleraar klimaatverandering slaat alarm

De noodzaak voor Nederland om zich voor te bereiden op klimaatverandering is urgent. Dat stelt Pier Vellinga, aangesteld als hoogleraar Klimaatverandering, water en veiligheid aan Wageningen Universiteit.
Volgens de wetenschapper hebben we geen 100 maar slechts 30 jaar of minder de tijd om te voorkomen dat de aarde de komende eeuwen 6 tot 10 graden warmer wordt en de zeespiegel 6 en op termijn nog meer meters gaat stijgen.
Het gaat volgens Vellinga om keuzes die voor de komende honderden jaren de leefbaarheid van Nederland bepalen. Niet zozeer hogere als wel brede, overstroombare maar doorbraakvrije dijken kunnen de basis vormen voor een veilig Nederland voor generaties.
Steeds duidelijker is de conclusie dat de wereld afstevent op een ingrijpende klimaatopwarming. Toch komt de wereld maar langzaam in actie, stelt Vellinga vast: “Wetenschappelijke kennis alleen is daarvoor blijkbaar onvoldoende”.
Hij ziet evenwel een omslag in de wereldwijde meningsvorming, omdat de effecten van klimaatopwarming steeds meer zichtbaar worden. Bijvoorbeeld in de vorm van natuurrampen, zoals mag worden afgeleid uit statistieken van grote internationale herverzekeraars, en omdat door de schaarste en prijsontwikkeling van fossiele brandstoffen alternatieve bronnen en technologieën economisch interessant worden.
[Wageningen Universiteit]

Ook in 1200 forse CO2-uitstoot

Het CO2-gehalte in de lucht fluctueerde de laatste duizend jaar behoorlijk. TNO en de Universiteit Utrecht concluderen dat na een studie van fossiele bladeren in Limburg.
De fossiele bladeren tonen sterke veranderingen aan in het CO2-gehalte van de lucht 800 jaar geleden. Als verklaring geeft onderzoeker Thomas van Hoof de stijging van de zeewatertemperatuur rond 1200. “Een warme oceaan neemt minder CO2 op, waardoor er meer in de lucht blijft”, legt hij uit. Honderd jaar later was de stijging voorbij en begon de temperatuur weer te dalen.
Deze CO2-veranderingen komen overeen met 30 procent van de huidige door mensen veroorzaakte toename, stellen de onderzoekers in een artikel dat deze week is gepubliceerd in het Amerikaanse tijdschrift Proceedings of the National Academy of Sciences (PNAS). De stijging van CO2-uitstoot van destijds is in tegenspraak met de uitgangspunten van het IPCC.
Het IPCC neemt aan dat de effecten van natuurlijke CO2-veranderingen op de klimaatsverandering van de laatste duizend jaar verwaarloosbaar klein zijn geweest. Een beter begrip van natuurlijke CO2-variaties leidt tot een betere voorspelling van de toekomstige effecten van de CO2-toename op het klimaat.
CO2 wordt door planten gebruikt als bouwstof. Planten passen de hoeveelheid openingen op het bladoppervlak (huidmondjes) aan op de hoeveelheid CO2 in de lucht. Bij meer CO2 heeft de plant minder huidmondjes nodig om toch voldoende CO2 op te nemen. De hoeveelheid huidmondjes op fossiele bladeren kan dus gebruikt worden om de hoeveelheid CO2 in het verleden te reconstrueren.
[ANP via Vroege Vogels]

Studie: minder CO2-uitstoot leidt tot miljardenbesparing ziektekosten

Het verhogen van de Europese doelstelling van 20 naar 30 procent minder uitstoot tegen 2020, zorgt voor 8.000 minder ziekenhuisopnames per jaar, en 2 miljoen minder verloren werkdagen. Dat zou zorgen voor een besparing in de gezondheidskosten tussen 6,5 en 25 miljard euro.
Dit blijkt uit berekeningen in een studie van het WWF, de Health and Environment Alliance (HEAL) en Climate Action Network Europe (CAN-E). Zowat 369.000 mensen sterven elk jaar voortijdig door de luchtvervuiling, en de kosten daarvan zouden jaarlijks oplopen tot 3 à 9 procent van het BNP van de EU.
Sam Van den Plas, Climate Change Officer van WWF-België:

“De huidige discussies over klimaatverandering gaan allemaal over de kosten voor de industrie en de economie, terwijl de kosten van de klimaatverandering voor de maatschappij hoofdzakelijk genegeerd worden. Het is essentieel dat men inziet dat maatregelen om propere energiebronnen te promoten, en het gebruik van fossiele brandstoffen terug te dringen, niet alleen de klimaatverandering zullen beperken, maar ook de luchtvervuiling verminderen en de levenskwaliteit van de Belgische burgers zullen verbeteren.”

De ngo’s roepen het Europese Parlement dan ook op om ambitieus te zijn en de emissiereductie op te trekken tot 30 procent.
[De Morgen]

Meer inzicht in opwarming door studie van insecten

Een Belgische expeditie gaat insecten bestuderen om na te gaan in hoeverre de aarde opwarmt. Daarvoor zullen zij op verschillende plaatsen in de wereld nagaan in hoeverre er insecten voorkomen die dodelijke ziektes overdragen. Die gegevens worden vergeleken met historische gegevens.
De onderzoekers hebben voor de komende zes jaar tochten gepland naar plaatsen in Europa, Zuid-Amerika en Azië.
Door de opwarming van de aarde wordt het warmer en vochtiger, wat tot meer beestjes leidt. De expeditieleden concentreren zich op muggen, teken en andere insecten die ziekten zoals malaria, gele koorts en blauwtong verspreiden.
De onderzoekers werken samen met het Instituut voor Tropische Geneeskunde, een geneesmiddelenfabrikant en een bedrijf dat middelen tegen muggen verkoopt.
De expeditie onderzoekt niet alleen in hoeverre de aarde opwarmt, maar kijkt ook hoe groot de kans op uitbraak van verschillende ziekten is. Op 6 oktober vertrekt een eerste expeditie naar de Franse Camargue.
[ANP]